De Zondebok

Alles moet weg,
in een honderd meter straal.
Wel onbegrijpelijk zeg,
al dat kabaal,
om één klein kuttig beestje.
Was het eerst ons Boskoop,
nu lijdt Winterswijk aan de kwaal.

Al dat gemor,
om één malende tor.
Hup alle bomen weg,
krast de zaag schor.
Zelfs een captain boktor,
krijgt dat niet gedaan zeg.

Alles moet weg,
in een honderd meter straal.
Wel onbegrijpelijk zeg,
al dat kabaal,
om één klein kuttig beestje.
na Almere Buiten,
is nu Winterswijk het verhaal.

Maar niet zo snor,
Dat gedoe om die tor.
Is me dat even pech.
Door dat gepor,
Is er ene boktor,
pardoes gaan vliegen zeg.

Alles is weg,
In een honderd meter straal.
Maar wat een naar bericht zeg,
een waar schandaal,
dat ene kleine beestje,
eet nu honderd en tien meter verderop alles kaal.

Maar geen gemor,
over die nare tor.
In basaal overleg,
komt het wel snor,
met die te nare Boktor
en hoor naar wat ik zeg

Langs de neus weg,
In een oer Hollandse straal,
slaan we al het groene weg.
Met pracht en praal,
doen we een asfalt feestje
en dus geen zorg meer aan tuin, boom of dierlijk kannibaal.