Voor mijn ontwaken

Voor mijn ontwaken
was hij
Voor ik iets aan kon raken
had hij
Wat mijn zijn moest maken
omvatte hij
Wat mij vormend zou bewaken
bezat hij 

Tot die dag.
Die dag, die onbewust moest vervolmaken
de  wording  van het nieuwe jij. 

Maar toen ik ontwaakte
was hij evenwel
Toen het leven me aanraakte
bekraste hij al te snel
Wat mijn zijn smaakte
belastte hij in duel
Wat uit liefde mijn alles bewaakte
stal hij parallel

Tot die dag.
Die dag, die bewust vervolmaakte
de wording van een nieuw appèl

Nu ik ben
is hij nog altijd
Nu ik mezelf bij name ken
vergewist hij uit nijd
Wat ik fysiek verken
bezit hij ten spijt
Wat ik in gevangenschap ontken
betwist hij door strijd

Tot die dag.
Die dag, die buiten mijn bewustzijn volbrengt
de wording van Hem die van gevangenschap bevrijdt

Een andere stem waar mijn geest zich in herkent
en ik verlost kan zeggen: ik ben die ik ben.